laatste nieuws

09.05.2009

Update: GPS log op Google Earth van een vlucht van bijna 58 km.

Documenten

De PDF's openen in een nieuw venster.

informatie

Je vliegt een vliegtuig, dat in een gewone personenauto past. Het is zelfs mogelijk om je hele uitrusting in een Ford Ka of een vergelijkbare auto mee te nemen.

Het is voor de wet ook een echt vliegtuig. Je moet dus ook in bezit zijn van de juiste papieren.

Deze papieren worden alleen afgegeven voor goedgekeurde schermen en motoren.

Terreinen, hoe zit het nu

Update: 10 december 2011

Sinds juli 2009 zit de taakgroep samen met de KNVvL verwikkeld in een "strijd" om snorvliegen op de juiste manier op de kaart te krijgen. Aanleiding is de nieuwe Wet luchtvaart (voorheen Luchtvaartwet), die 1 november 2009 van kracht is. Twee regelingen, die bij de Wet luchtvaart horen zijn voor ons van belang:

1. De Regeling Burger en Militaire Luchthavens (RBML)
2. Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en andere Terreinen (RVGLT)

Vanaf 1 november 2009 zouden de artikel 14 velden ophouden te bestaan. Deze velden zouden 1 op 1 omgezet worden naar een luchthavenregeling, tenzij de situatie dusdanig veranderd is of de situatie niet meer past bij nieuwe eisen gesteld bij de aanvraag van een luchthavenregeling. Maar nu ga ik iets te snel.

De nieuwe wet schrijft voor, dat elke vorm van luchtvaart gebruik moet maken van een luchthaven, tenzij het een tijdelijk karakter heeft. Om die reden zijn er drie mogelijkheden:

1. TUG (locatie voor Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik)
2. Luchthavenbesluit (vergelijkbaar met luchthavens als Hilversum en Teuge)
3. Luchthavenregeling (enigszins vergelijkbaar met de oude artikel 14 regeling)

Vroeger werd alles door de landelijke overheid geregeld, sinds 1 november 2009 is de verantwoordelijkheid voor de drie bovengenoemde mogelijkheden overgedragen naar de provincie. De provincies bleken echter op 1 november 2009 niet voldoende voorbereid te zijn en werd er uitstel v.w.b. de artikel 14 locaties gegeven tot 1 november 2010.

De aanvraag voor een TUG heeft een relatief korte looptijd. Het tijdelijke karakter, je mag de locatie maximaal 12 dagen per jaar gebruiken, zorgt ervoor dat er niet zo veel stappen doorlopen hoeven te worden. De TUG wordt soms aangevraagd voorafgaande aan de Luchthavenregeling. De aanvraag voor deze regeling kan 3 tot 6 maanden in beslag nemen. In de praktijk aanmerkelijk langer. Niet elke provincie werkt meer mee aan een Luchthavenregeling.

De RVGLT is een regeling, waarin de veiligheidsnormen opgenomen zijn voor het gebruik van een terein. Ook hier is een strijd geleverd om niet zinnige regels aangepast te krijgen. Dat is deels gelukt. De directe terreineisen zijn realistisch.
klik hier om naar de RVGLT te gaan. Paragraaf 5, artikel 26 gaat over snorvliegen.

De taakgroep en de KNVvL zijn op dit moment bezig naar een "passende oplossing, zoals vrijstelling" toe te werken. De tekst tussen aanhalingstekens komt letterlijk uit de motie de Rouwe/Meeuwis, die op 24 maart 2010 in de Tweede Kamer ingediend en aangenomen is. Het overleg met V&W en IVW verliep in de periode voorafgaande aan de motie stroef. Daarna waren er openingen, die leidden tot wederzijdse mondelinge afspraken. Eind mei 2010 bleek, dat voor drie van de vier in de motie genoemde luchtsporten de vrijstelling voor het hebben van een luchthavenregeling een feit was. Om onverklaarbare redenen stond snorvliegen daar niet bij. Hiermee werd tussen de motie niet gerespecteerd en leek alle overleg voor niets te zijn geweest. Een ernstige situatie.

Veel later bleek, dat het niet meenemen van snorvliegen te maken had met de 1 op 1 omzetting van luchtsportmogelijkheden uit de BIGNAL. De minister had immers bepaald, dat luchtsporten 1 op 1 uit de BIGNAL in de nieuwe regeling overgenomen zou moeten worden. Snorvliegen stond hier niet bij, omdat de overheid structureel nalatig geweest om de juiste definiering van snorvliegen in de wet op de nemen. Daarbij had in deze de BIGNAL natuurlijk niets te maken met het constructieve overleg, dat tot resultaat had geleid en de uitslag van de motie. Te bizar voor woorden dus en onacceptabel.

Reden om via de KNVvL contact op te nemen met V&W (inmiddels I&M). Dit leidde tot begrip. De directeur luchthavens heeft op 14 juni 2010 per brief laten weten, dat er een passende oplossing moet komen voor snorvliegen. Een kernpunt was verder het vermijden van onnodige ambtelijke en administratieve lasten. De KNVvL zou spoedig een uitnodiging krijgen om het bestaande constructieve overleg voort te zetten. Deze bijeenkomst heeft bijna drie maanden later plaatsgevonden op 8 september 2010. Hier komt binnen drie weken een vervolgoverleg op. Er is diverse maken overleg geweest. Dit heeft helaas niet tot een ooplossing geleid. De provincies zelf reageerden niet inhoudelijk op een voorstel van de KNVvL en zelf is men niet met een mogelijke ooplossing gekomen.

DGLM is vervolgens met een voorstel gekomen om een experiment op te starten. De door de KNVvL gewenste situatie zou in de praktijk getoetst worden. Na een evaluatie zou er definitieve oplossing gemaakt worden. Na een grondige voorbereiding door de KNVvL en de vertegenwoordigers van de provincies (Interprovinciale Contactgroep Luchthavens) bleek, dat geen enkele provincie het experiment zag zitten en dat 8 van de 12 provincies het experiment om principiele redenen niet willen of vooraf stellen, dat de uitslag geen invloed zal hebben op huidige visie. De deur ging daarmee op slot en het experiment was vooraf al mislukt.

Vervolgens werd de Tweede Kamer ingelicht.

DGLM wil toch graag, dat er een poging tot overleg gedaan zou worden. Op 24 november 2011 is er een RBML evaluatie gehouden. De KNVvL heeft toen toegezegd, dat er een vervolg overleg kon komen met de vier provincies, die de deur op een kier hielden. Van belang was echter wel, dat alle provincies de eventuele oplossing te respecteren. Het is onbestaanbaar, dat er slechts in vier provincies op een fatsoenlijke manier gestart en geland zou kunnen worden.

Wordt vervolgd....

Van belang is om te melden, dat de KNVvL erg veel energie stopt in onze zaak.

De paramotor en de wet

Voor de wet is de paramotor een vliegtuig,waarmee gevlogen worden onder MLA (Micro Light Aircraft) regel.
Klik hier om de hele regelgeving tot in detail te lezen (PDF document).

Voor het het gebruik van start- en landingsterreinen gelden weer afwijkende regels. De KNVvL is in 2009/2010/2011/2012 intensief bezig de regelgeving t.a.v. starten en landen praktisch te krijgen.

Hoofdlijnen:

  • Verplichte documenten:
    • Bewijs van Inschrijving (BVI).
    • Bewijs van Luchtwaardigheid (BVL). Zowel de motor als het scherm moeten (DULV) goekgekeurd zijn.
    • Het Blauwe Boekje. Bewijs, dat de motor aan de strenge geluidseisen voldoet.
    • Verzekering.
    • Eigen medische verklaring.
    • Brevet (tenzij je nog cursist bent, dan vlieg je onder toezicht van een instructeur).
  • Vliegregels (samengevat):
    • Minimale vlieghoogte: 150m (500ft). Maximale vlieghoogte een kleine 400m (1200ft).
    • Vlieg niet over aaneengesloten bebouwing en natuurgebieden.
      Indien onvermijdelijk, vlieg op minimaal 300m (1000ft).
    • Natura 2000. De huidige regels zijn buitensporig. Als een verstoring gemeld wordt, dan geldt er een omgekeerde bewijslast. Vermijd de 162 in Nederland bestaande Natura 2000 gebieden om boetes te voorkomen. Klik hier om naar een kaart met de gebieden te gaan. Klik vervolgens op één van de gele stippen. Er komt dan een kaartje met en groene stip. Klik daarop om een Google Earth plaatje te krijgen met het betreffende gebied. Voor de duidelijkheid. Je wordt soms gedwongen om boven steden te vliegen om Natura 2000 gebieden te vermijden. Dit gaat tegen alle logica in, zeker voor onze luchtvaartsport. Het is echter toegestaan om met een snorvliegtuig over steden en dorpen te vliegen, vermits je op een minimum hoogte van 1000 ft vliegt en te allen tijde een ongeplande buitenlanding door een motorstoring kunt maken. De KNVvL is druk bezig de regelgeving realistisch te krijgen en daarmee een einde te maken aan de bizarre situatie.
    • Bij twijfel, vlieg op 300m.
    • Vlieg niet boven mensenmassa's.
    • Bij een motorstoring moet je te allen tijde een veilige landing kunnen maken. De meeste landingen worden met de motor uit gemaakt. Buiten het feit, dat je in voorkomend geval waarschijnlijk niet op een (toegewezen) luchtvaartterrein land is de landing dus een routine landing. Dit maakt deze tak van vliegsport dus extra veilig.
  • Luchtvaartterreinen:
    • Vaste terreinen, zoals Middenmeer, Drachten en Stadskanaal.
    • TUG en Luchthavenregeling (ontheffingen, die aangevraagd kunnen worden).
    • Formeel ook de "Groene Velden", maar daar worden we niet toegelaten.

Het vliegen met een paramotor is in Nederland sinds 2004 legaal. Op dit moment (medio 2011) zijn er ongeveer 150-170 gebrevetteerde paramotor vliegers in Nederland. Dit aantal groeit.

De paramotor opleiding

De opleiding bestaat uit drie fases:

  1. Grondoefeningen en/of liervliegen (niet iedereen start met liervliegen).
  2. Vliegen met de paramotor onder direct (radio) contact met je instructeur.
  3. Solo vliegen. Je vliegt altijd alleen, maar "solo" houdt nu in, dat je op een veld vliegt waar een erkende instructeur aanwezig is.

Voor je brevet, dat je binnen zes maanden kunt halen, moet je ook een theorie examen doen.

Fase 1 van de opleiding

Na veel grondoefeningen met het opzetten van het scherm begin je met lieren. Je wordt (zie foto) opgelierd tot een hoogte van 250-270m, afhankelijk van de wind en hoe netjes je vliegt.

Deze fase heb ik genoten bij Maurik Paragliding in de Betuwe.

Er zijn ook andere mogelijkheden om fase 1 te doorlopen. Informatie hierover kun je inwinnen bij één van de snorvliegscholen in Nederland.

Paramotor

Fase 2 vliegen onder directe begeleiding

Fase 2 duurt minimaal 10 uur

Tijdens de tweede fase van de opleiding wordt je intensief 1 op 1 begeleid. Na minimaal 10 uur vliegen krijg je de solo aantekening. Dit is moment, dat je overgaat naar fase 3.

Paramotor

Fase 3 solo vliegen

Voorbereiding voor het examen

Fase 3 duurt net als fase 2 minimaal 10 uur. Je doet diverse oefeningen volgens een takenlijst. Als je instructeur (en ook jijzelf) vindt, dat je klaar bent voor het examen, dan kan dit aangevraagd worden.

Paramotor

Fieldpacken. Het einde van wederom een mooie vlucht.

Examen

Examen: theorie en praktijk

Een aantal keren per jaar is het mogelijk om theorie examen te doen. De data en lokatie worden o.a. via www.snorvliegen.net bekend gemaakt.

Voor het praktijexamen maak je zelf samen met je instructeur een afspraak met een examinator. Je instructeur zal je hier verder bij assisteren.

Meer informatie over de examinering en snorvliegbrevetaanvraag is terug te vinden op de speciale website van de KEI (KNVvL Examinering Instituut): www.brevet.aero
Klik vervolgens op "Snorvliegen". Je kunt hier tevens het aanvraagformulier downloaden.

Het snorvliegbrevet heet overigens officieel:"Paramotor Glider License (PGL)".

Paramotor

GPS log in Google Earth (bovenaanzicht)

Garmin Legend GPS

Met een GPS ontvanger kun je de vlucht overzetten op je computer. De plaats waar veel vierkantjes staan is de lokatie vanwaar ik vloog. Dit weiland ligt net ten zuiden van kasteel Doorwerth ten westen van Arnhem.

Paramotor

GPS log in Google Earth (zijaanzicht)

Dezelfde vlucht als hierboven

De ooghoogte op dit plaatje is ongeveer 240m. Je mag hier op 150m hoogte vliegen. De maximum hoogte in Nederland is 400m.

Paramotor

Eerste vlucht na het behalen van het PGL brevet

Rondje 't Gooi op 3 april 2009

Op 2 april 2009 kwam mijn brevet binnen. Een dag later was het perfect weer. Hieronder zie je de route (44 km), die ik vanaf Almere gevlogen heb. De gemiddelde snelheid was ongeveer 38 km/uur (trimmers open). Zoals je kunt zien heb ik zoveel mogelijk de bebouwde kommen en natuurgebieden vermeden.

Paramotor

Vecht- en Plassenstreek op 13 april 2009

Voor het eerst met een volle tank gevlogen. Na de landing toch nog drie liter (45 min) over. Hieronder zie je de route (57 km), die ik vanaf Almere rechtsom gevlogen heb. Een prachtige route, die me o.a. langs de mooie rivier "de Vecht" bracht. Totaal 1.45 uur gevlogen. De foto is noord-oost georienteerd.

Paramotor

Luchtfoto van Almere

Bij de rechter rode stip op onderstaande foto is het start- en landingsterrein, dat ik op de hierboven beschreven vluchten gebruikt heb te zien. Deze foto heb ik uiteraard niet tijdens het vliegen met mijn paramotor gemaakt, maar vanuit een verkeersvliegtuig.
De foto in noord georienteerd. Onderaan zie je de Hollandsche Brug, rechtsboven Almere en links onder Jachthaven Muiderzand. De linker rode stip geeft een andere vlieglokatie aan (beide lokaties zijn niet meer in gebruik. De gemeente heeft de ontheffing in moeten trekken vanwege de ontwikkeling van de bouwgronden).

GPS log in Google Earth (9 mei 2009)

Dit was mijn 25e vlucht. Totale afstand was 58 km met een gemiddelde snelheid van 38 km/u. Net voor de start zag ik een andere paramotor vliegen. Geen idee waar die vandaan kwam. Nadat ik in de lucht hing hoorde ik Eric en Jacques (mijn instructeurs) over de radio. Zij bleken samen met Martijn druk bezig met een aantal cursisten op een terrein bij Almere, waar ik het bestaan niet van wist. Zie foto hierboven bij de linker rode stip.

De foto hieronder is west georienteerd en rechtsonder zie je, dat ik nog even langs de "nieuwe" lokatie gevlogen ben.

Klik hier om een vergrote foto te zien.

Wie is wie

Door hieronder een zoekopdracht uit te voeren kun je meer informatie krijgen over een luchtvaarttuig.

Klik hier om naar de zoekpagina in het luchtvaartuigenregister te gaan